Onderzoek naar suboptimale gebeurtenissen in het diagnostisch proces

Titel
Onderzoek naar suboptimale gebeurtenissen in het diagnostisch proces en de relatie met persoonlijke en omgevingsfactoren

Achtergrond
Eén van de belangrijkste taken van een arts is het stellen van de juiste diagnose. Een arts komt tot een diagnose met behulp van de anamnese, het lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek waaronder de labwaarden, foto's en biopsiën. Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat 15% van de diagnoses niet geheel correct zijn. Een incorrecte diagnose kan grote gevolgen hebben op het effect van de behandeling en kan zelfs leiden tot het overlijden van de patiënt. Het is bekend dat persoonlijke en omgevingsfactoren zoals werkdruk en vermoeidheid bijdragen aan het ontstaan van adverse events. Binnen het onderzoeksprogramma patiëntveiligheid wordt een deelstudie uitgevoerd naar de relatie tussen persoonlijke en omgevingsfactoren en suboptimale gebeurtenissen in het diagnostisch proces.

Methode
Het onderzoek vindt plaats op vijf afdelingen van niet-snijdende specialismen waar patiënten zich presenteren met klachten van kortademigheid (interne geneeskunde, cardiologie en longziekten). Tijdens de onderzoeksperiode worden alle patiënten die worden opgenomen met het symptoom kortademigheid gevraagd om deel te nemen aan het onderzoek. Om suboptimale gebeurtenissen te kunnen onderscheiden is er een optimaal diagnostisch proces voor kortademige patiënten vastgesteld. Deze is ontwikkeld met de Delphi methode waaraan zeven ervaren internisten hebben meegewerkt. De oorzaken van suboptimale diagnostische gebeurtenissen worden achterhaald door middel van een aantal verschillende methoden. Ten eerste noteert de behandelend arts aan welke mogelijke diagnoses hij/zij denkt als de werkdiagnose wordt gesteld. Ten tweede zullen expert internisten patiëntendossiers van de kortademige patiënten beoordelen op het vóórkomen van suboptimale gebeurtenissen in het diagnostisch proces. Gebaseerd op deze dossierbeoordelingen zal een kort interview met de behandelend arts plaatsvinden. Met de dossierbeoordeling in combinatie met het interview kunnen de typen suboptimale gebeurtenissen en hun oorzaken worden achterhaald. Deze oorzaken zullen worden geclassificeerd middels een taxonomie van cognitieve oorzaken. Daarnaast registreren de behandelend artsen met behulp van PDA's (personal digital assistent) tijdens de onderzoeksperiode een aantal persoonlijke en omgevingsfactoren (waaronder werkdruk, vermoeidheid en ervaring).

Resultaten
Met de resultaten van dit onderzoek zal inzicht worden verkregen in de oorzaken van suboptimale diagnostische events. Tevens geven de persoonlijke en omgevingsfactoren inzicht in situatiekenmerken waarin suboptimale diagnostische gebeurtenissen ontstaan. De typen suboptimale gebeurtenissen en de oorzaken van deze gebeurtenissen kunnen aanknopingspunten vormen voor interventies voor het verbeteren van de patiëntveiligheid.

Contact: Laura Zwaan



terug naar projecten overzicht