Optimale zorg bij Acute Coronaire Syndromen

Titel
Optimale zorg bij Acute Coronaire Syndromen.

Achtergrond
Acute Coronaire Syndromen (ACS), te categoriseren in ST-elevatie Myocard Infarct (STEMI), non-ST-Elevatie Myocard Infarct (non-STEMI) and Instabiele Angina Pectoris (IAP) komen veel voor in Nederland. In 2007 waren er 648.300 Nederlanders met ACS (www.nationaalkompas.nl). Er is veel onderzoek verricht naar, onder andere, risicofactoren, diagnostiek en behandeling van ACS. Dit heeft ertoe geleid dat de sterfte na ACS sterk is gedaald de afgelopen decennia. Desondanks is het nog steeds één van de belangrijkste doodsoorzaken in Nederland. Daarom maakt het programma 'Optimale zorg bij Acute Coronaire Syndromen' deel uit van het landelijke VMS veiligheidsprogramma. Dit landelijke programma is opgezet door de koepelorganisaties van ziekenhuizen, verpleegkundigen en medisch specialisten. Het doel van 'Optimale zorg bij ACS' is de zorg voor patiënten die met ACS in het ziekenhuis worden opgenomen te verbeteren aan de hand van de European Society of Cardiology richtlijnen. Hierbij ligt de nadruk op snelle diagnostiek en behandeling in het ziekenhuis, met een optimale nabehandeling na ontslag uit het ziekenhuis. In opdracht van het ministerie van VWS voert Safety4Patients onderzoek uit naar de effecten van het programma 'Optimale zorg bij ACS'.

Methode
Het onderzoek vindt plaats in een willekeurige steekproef van 12 Nederlandse ziekenhuizen. Om uitgebreide informatie over het programma en de zorg voor patiënten met ACS te verzamelen, worden verschillende methoden worden gehanteerd. Het voornaamste deel van de informatie wordt verzameld door middel van dossieronderzoek bij ontslagen patiënten. Hierbij meten we de drie procesindicatoren die in de programmagids vermeld staan: de 90 minuten grens tussen eerste (para)medische contact en dotterbehandeling bij STEMI; het gebruik van risicostratificatie bij non-STEMI en IAP; en het voorschrijven van de gouden vijf ontslagmedicijnen bij iedere ACS patiënt. De structuurindicator voor het bieden van hartrevalidatie wordt gemeten aan de hand van beleidsdocumenten en interviews. De uitkomstindicator voor mortaliteit halen we zoveel mogelijk uit bestaande ziekenhuisinformatie en landelijke databases. Daarnaast verzamelen we aanvullende informatie over de organisatie van de zorg voor patiënten met ACS en belemmerende of bevorderende factoren voor het gebruik van het programma. Ook worden interviews met patiënten afgenomen waarin ervaringen tijdens en na de opname, het gebruik van de voorgeschreven medicatie en deelname aan hartrevalidatie worden besproken. Daarnaast worden andere betrokkenen, zoals de kwaliteitsfunctionaris van een ziekenhuis, geïnterviewd. Dit levert informatie op over de manier waarop het VMS is ingevoerd in het ziekenhuis en hoe hiermee is omgegaan.

Resultaten
De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in de huidige zorg voor patiënten met ACS, de effecten van het VMS veiligheidsprogramma 'Optimale zorg bij ACS' en bieden verdiepende informatie op het gebied van risicostratificatie, tijd tussen de eerste symptomen en behandeling, medicatiegebruik en patiëntervaringen bij zorg voor ACS.

Contact: Josien Engel of Joppe Tra of Felix van Urk



terug naar projecten overzicht